Filmhuis

Arnhemmers dragen het hart op de tong. Bekende voorbeelden zijn Emile Ratelband en Theo Janssen – de cult held van voetbalclub Vitesse. Ik heb een zwak voor Theo. Maar het was Ratelband die onlangs in het lokale nieuws kwam als spreekbuis voor de Arnhemse marktkooplui.

Als marktkooplui niet meer zelf het woord kunnen doen moet er wel iets aan de hand zijn.

Kort door de bocht is het volgende aan de hand. Filmhuis Focus heeft een nieuw pand nodig. De wethouder cultuur – Gerrie Elfrink, wil nieuwbouw op het Kerkplein. Op het Kerkplein wordt de markt in Arnhem gehouden. De marktkramen moeten wijken naar het aangrenzende plein met de toepasselijke naam: de Markt. Dat willen ze niet.

Omdat de wederopbouw van Arnhem na de oorlog nergens zo mislukt is als op en rond het Kerkplein heeft de wethouder geen enkele moeite om de bevolking mee te krijgen in dit plan. De marktkooplui hebben het maar te nemen en Arnhem krijgt een nieuw Filmhuis.

Tot zover niets aan de hand.

Maar toen maakte bioscoopreus Pathé bekend ook een nieuwe bioscoop te bouwen: aan het Stationsplein. Daarmee kwam het Rembrandt Theater vrij. Waarom niet het Filmhuis verhuizen naar het vrijgekomen Rembrandt Theater? Het logische antwoord zou zijn dat het veel te groot is om een Filmhuis in te exploiteren. De wethouder kwam met een ander verhaal. Hij rekende op een bierviltje uit dat nieuwbouw op het Kerkplein versus verhuizen goedkoper is.

Iedereen met gezond verstand kan bedenken dat verhuizen de goedkopere optie is. Een actiegroep tegen de nieuwbouw liet dan ook berekenen dat Elfrink ’s bierviltje onzin is. Henk Bitter – directeur Focus Filmhuis – verbaasd zich openlijk over de discussie die is ontstaan. Rembrandt is nooit een optie geweest.

Einde discussie.

En op dat punt onderschat hij de Arnhemmer. Die moet je niet voorliegen met een dubieuze berekening op een bierviltje. Een echte Arnhemmer kijkt nog liever vijftig jaar tegen een foeilelijk plein als meegaan met een publiekelijk afgeschoten wethouder.

De oppositie, die al ingestemd hadden met nieuwbouw maar terugkrabbelt, zet de gepikeerde Arnhemmer graag in voor politiek gewin. Als dan ook nog Emile Ratelband met in zijn kielzog een meute boze marktkooplui het gemeentehuis binnenloopt heb je een mooie Arnhemse soap te pakken. De camera’s van omroep Gelderland staan er bovenop.

Maar die nieuwbouw gaat er natuurlijk gewoon komen. Terecht ook. Uitgangspunt moet niet geld zijn, maar cultuur en stadsgezicht. Het Kerkplein krijgt zijn opknapbeurt en Arnhem heeft straks twee leegstaande bioscopen, want bij nieuwbouw staat ook het oude Filmhuis leeg. Dan zeg ik: heel simpel, een foodhal in het pand van het oude Filmhuis en Rembrandt met zijn toplocatie komt vanzelf wel goed.

Maar hoe hard ik ook roep, mijn mening is er eentje tussen de duizenden Arnhemmers die door elkaar heen schreeuwen – niemand die luistert. Er is een allesbeslissende stem nodig. Een dwingend advies. Laten we het gewoon aan Theo Janssen vragen.

Zetten we er een camera op, valt er in ieder geval nog wat te lachen.

Advertenties

Klein Ankara

Gistermiddag liep ik vanuit de Steenstraat de Spijkerlaan in. Ter hoogte van kapsalon Alji – waar een papegaai buiten voor het raam zit, riep een voorbijganger ineens Bin Laden naar iemand die zich achter mij bevond.

Een toevallige naamgenoot zou kunnen. Zo ken ik een Jan Smit die niet uit Volendam komt. Beetje ongelukkig, maar alles is mogelijk. Ik keek, want nieuwsgierig, vervolgens een Turkse man in het gezicht welke onmiskenbare gelijkenissen vertoonde met het gezicht dat de jaren na nine-eleven bij iedereen in het geheugen staat.

Bin Laden begroette de andere man met een grote glimlach, gaf hem een schouderklop en trok hem een Turks koffiehuis in. Niets radicaals, gewoon een heerlijke vorm van zelfspot.

Ik ben dol op dit stuk Arnhem. De hoek Steenstraat – Spijkerlaan is één van mijn favoriete plekken in het Spijkerkwartier. Nu ik er sinds acht maanden woon val ik regelmatig met mijn neus in dit soort situaties.

De eerste keer dat ik door het Spijkerkwartier liep was midden jaren negentig. De wijk had toen de bijnaam Klein Ankara in verband met de vele Turken die er woonden. Er was toen ook nog prostitutie in de wijk. Met het verdwijnen van de prostitutie kwam de wijk weer in bloei en vreemd genoeg vertrokken toen ook de Turken als bewoners.

Dan vraagt een mens zich af: houden Turken niet van een wijk in bloei of juist erg van prostitutie? Het zal wel een economische reden hebben gehad. Ik vermoed dat ze met het geld dat opeens geboden werd richting Klarendal en Presikhaaf zijn vertrokken.

Hoe dan ook, ik ben al lang blij dat ze zijn gebleven met hun groentewinkels, koffiehuizen en kapsalons. Het geeft de wijk niet dat typisch Nederlandse sfeertje – saai en degelijk.

Mijn huidige buurtgenoten zijn een mengelmoes van rasechte Arnhemmers (Ernemmers in de volksmond), studenten van de kunstacademie Artez, hipsters en bon-vivants. Dat trekt hippe koffietentjes, kroegen en restaurants aan. Ik voel mij er prima thuis. De Turken blijven er stoïcijns met hun winkels tussen zitten. De oude bewoners komen er overdag gewoon heen en de nieuwe bewoners komen ook. Geen enkele reden om te vertrekken voor ze.

Maar toch. Een paar Turkse gezinnen als bewoners zouden de wijk geen kwaad doen.

Vrijdagavond

Noem het een dertigersdilemma of iets anders. Hoe dan ook, ik heb er last van. Ik kan werkelijk overal aan twijfelen. Iets wat ik naar de buitenwereld pretendeer nooit te doen. Dit zou je dan ook mijn coming out kunnen noemen. Het is niet zo dat ik in een depressieve status mijn dagen als dertiger slijt, integendeel. Het komt en ’t gaat. Ik blijf een vrij nuchtere jongen die zich niet te veel zorgen maakt.

Ik moest er laatst weer aan denken toen ik het nummer Mijn ikken van Harrie Jekkers hoorde. Als je het mij vraagt één van de mooiste Nederlandstalige liedjes. Een beetje aan de lange kant met bijna 10 minuten, maar een feest der herkenning als ik de tekst hoor. Jekkers zingt over zijn ik van negen, twintig en dertig jaar. Bij de laatste twee denk ik vaak: dat ben ik.

Mijn ik van twintig jaar, die denkt in uitroeptekens

In zwart en wit, dwars tegen alles in

Gematigd en voorzichtig zijn, vindt ‘ie water bij de wijn

Hij wil alles of niks en niks ertussen in. 

Met twintig was het motto “Bij twijfel … altijd doen!”. Een oud huisgenoot – later goede vriend – introduceerde deze oneliner ooit waarbij doen in de originele context betrekking had op een vrouw. De vrouw in kwestie is nooit iets van gekomen, maar de oneliner is blijven bestaan.

En dan is er opeens dat moment waarop je erachter komt dat je in het bezit bent van een koektrommel. Geen idee wanneer het gebeurt is, maar je staat er opeens in de keuken mee in je hand en vraagt je oprecht af waar het ding vandaan is gekomen. Ze zijn best handig, maar toch. Het is in mijn hoofd altijd het moment gebleven waarop ik mij realiseerde dat het rebelse van mijn ik van twintig niet meer uit te leggen viel.

Mijn ik van dertig jaar is teruggekomen 

Van “zeker weten, zwart en wit” en “ik heb gelijk”

Hij nuanceert met zijn verstand de waarheid tot een diamant

Die steeds van kleur verandert als je anders kijkt.

Hij geeft absoluut het voordeel aan de twijfel

Maar soms krijgt ‘ie opeens zo’n heimwee naar

Dat stompzinnige geloof in idealen

Van zijn uitgesproken ik van twintig jaar. 

Het motto “Bij twijfel … altijd doen!” gebruik ik nog steeds. In de praktijk werkt het echter niet zo. Ik ben zo’n dertiger die soms met weemoed terugdenkt aan zijn ik van twintig jaar. En volgens mij is de vrijdagavond bedoeld om als dertiger nog eens te leven als je ik van twintig jaar. Alle twijfel overboord, nooit spijt: gewoon leven!

Waarom de vrijdagavond? Omdat het de ideale avond is. Hij sluit aan op je werkweek en daarna komen de zaterdag en zondag om bij te komen. Iets waar je als twintiger ook nooit last van had.

De beste vrijdagavonden beginnen overigens in de middag, bij voorkeur op een terras. Daar heb je dan wel lekker weer voor nodig. En laat dat mooie weer nu net op komst zijn. En wat in de middag begint mag ook best in de nacht eindigen. Officieel is het dan zaterdag, maar ik ben niet al te kieskeurig met dat soort dingen. Ik heb ook weleens een vrijdagavond op de woensdag.

Het kan dus zomaar zijn dat je mij een keer met een slok teveel op in de stad tegenkomt. Of dansend. En ik weet zelf ook wel dat ik dat niet zou moeten doen. Misschien kom je mij wel tegen terwijl ik een duet sta te zingen met een wildvreemde in de karaokebar, net zo lang totdat er geen klant meer binnen is. Dat laatste is nog nooit gebeurt, maar ik sluit ook niet uit dat het er een keer van gaat komen. Wat mij betreft kan het allemaal.

En mocht je dan denken dat ik er te oud voor ben, bedenk dan dat je mijn ik van twintig tegenkwam. Overdag zie je de twijfelende dertiger weer. En confronteer me er in godsnaam niet mee. De gênante dingen ben ik zelf meestal op zaterdag alweer vergeten. Een slecht geheugen is een groot goed. Er is geen enkele reden dat ik ze op maandagochtend op het werk nog een keer wil horen.

Laatst grapte ik tegen mijn ouders dat ze het ouder worden moesten accepteren. Gelukkig doen ze dat niet en zie ik met plezier hoe ze op hun manier jong blijven. Ik ben van plan dat voorbeeld te volgen. Op mijn eigen manier dan. Te beginnen bij vrijdagavond.